Help vogels de winter door
Begin met de winter voedering vanaf november of eerder als het dan al koud is.Merels en spreeuwen zijn al tevreden met brood, vochtige krenten of rozijnen, fruit(resten) of gekookte rijstkorrels. Mezen hebben de voorkeur voor vetbollen en ongebrande en ongezouten pinda’s, kokos en zonnepitten. Winterkoning, mus en roodborst houden van broodkruimels, havermout en bij de voederspecialist gekochte meelwormen, maden of larven.
Tuinvogels voelen zich het veiligst op een vrijstaande voedertafel van waaruit ze de omgeving in de gaten kunnen houden. Plaats ook een schoteltje met geregeld ververst drinkwater op de voederplank. Als het vriest dit wel afdekken met gaas of een omgekeerd kopje zodat de vogels er niet in kunnen badderen.
Als u een kat heeft doe hem dan een belletje om en houdt ze ’s morgens vroeg binnen omdat de vogels dan door de honger minder oplettend zijn. De kat is één van de grootste vijanden van de tuinvogels. Ook na de winter kunt u met mate blijven voeren. Als de vogels eieren leggen en jongen hebben kunnen ze wel iets extra’s gebruiken. Voor de jongen zoeken ze toch eiwitvolle rupsen, terwijl ze zelf nog zaden eten.
Overigens kunt u ook andere dieren, zoals eekhoorntjes, egels, vlinders en bijen, een handje helpen in de winter. Kijk onder meer op www.vivara.nl voor meer informatie.
